Vandaag liet ik nu eens de boel de boel. Mijn zoon Joachiem was met zijn neef aan het spelen. En zo kon ik a weer eens rustig wat oefenen met zingen uit het nieuwe liedboek. Even niet voor dat kind zorgen. Op één van de stoelen wat achteraf ligt al maanden een liedboek en daar ben ik zo blij mee. Heeft iemand zeker laten liggen.

muis2

Alle andere liedboeken liggen keurig in de kast en daar kan ik nooit bij. Ik zing de nieuwe liederen uit deze bundel en iedere zondag, als er een nieuw lied wordt ingeoefend en gezongen, ben ik van de partij. Ik ken die nieuwe liederen inmiddels ook al steeds beter! Ik geniet ook van de mooie teksten én de gedichten die erin staan. Ongestoord zat ik in de zon. Heerlijk. Ik ben nogal kouwelijk maar dit ging heel goed. Opeens ging de deur van de kerk open. Er kwam een nat geregende mevrouw binnen die eerst naar het orgelbordes liep en daar ging opruimen. ‘Niks aan de hand, Mia,’ zei ik tegen mezelf. ‘Die ziet jou niet.’

Maar even later kwam ze de kerkzaal in. En tot mijn verbazing deed ze de kast open en ging ze de liedboeken tellen. Dat heeft nog nooit iemand gedaan. En blijkbaar beviel haar iets niet. Ze telde nog een keer. En liep toen de kerk in. Ze telde het liedboek ook nog dat op de grote tafel lag. En blijkbaar ontbrak er nog één. En dat klopt wel. Wat daar zat ik naast. Nou toen schrok ik wel even. Als ze dat liedboek hier ziet liggen, met die oranje kleur, ziet ze mij ook. Ik maakte me al klein om zo weg te schieten als ze dichterbij zou komen. Maar het 70e liedboek kon ze niet vinden. Dat vertelde ze aan een paar mensen die ook de kerk in kwamen. En maar goed ook. Want dat lag bij mij. Ik zou net weer verder gaan, toen er nog veel meer mensen kwamen.

Schoolkinderen en juffen, mensen van de Nicolaaskerk, een enorme drukte. Ze dronken limonade en koffie, er werd orgel gespeeld, en de kinderen mochten overal kijken in de kerk. En een verhalen dat er werden verteld! Ik heb er ook van geleerd. En dat terwijl ik zo lang ik leef al in de kerk woon! Het was Kerkepad, hoorde ik zeggen. Op de preekstoel klimmen vonden alle kinderen leuk. Wat een feest!

Nadat iedereen was weggegaan vond ik een zakje boterhammen dat een kind had vergeten. Of niet lekker vond. Wij wel! We hebben er van gesmuld! Van rustig lezen en wat zingen is het niet meer gekomen. Maar ik heb weer een heleboel geleerd.