muis7

Het was vandaag heel stil in de kerk. Zo begon het. Het is druk geweest met allerlei voorbereidingen. Voor muizen en mensen. En nu is het bijna Kerst.

Opeens hoorden we gehuil. Muizenbabygehuil. Toen we naar boven gekrabbeld waren, ons muizenhuis uit, zagen we het. Buurvrouw liep met een wandelwagen. Met daarin de liefste en schattigste muizenbaby die je ooit gezien hebt. Hij had het blauwe truitje aan dat buurvrouw had gebreid. En dat moeder steeds maar niet mocht zien. Nu begrepen we alles. Waarom buurvrouw maar steeds dikker werd. En dat ze zo geheimzinnig deed. En haar vaak knorrige humeur.

Beau en Belle waren het eerste bij buurvrouw. ‘O wat heeft u daar een mooi lief kindje! Een Kerstbaby! Zo bijzonder!’ Buurvrouw had een tevreden gezicht en ze glimlachte. Ja, echt! Ze glimlachte! ‘Ja, het is wel een lief kindje, hè?’ zei ze. Ze vroeg het wat aarzelend. Alsof ze het zelf nog maar nauwelijks kon bevatten. Beau en Belle schaamden zich. Ze hadden zo lelijk lopen kletsen over de buurvrouw. En dat terwijl ze best vaak hulp had kunnen gebruiken. Maar dat Beau en Belle de nieuwe muizenbaby over zijn snuitje aaiden maakte alles goed. Daarna kwam ik naar voren, ik had de lamp bij me omdat het nog best donker was die ochtend. ‘Ach wat een prachtig licht, zo in dat donker. ’zei de buurvrouw. En ik weet eigenlijk niet eens helemaal zeker of buurvrouw het nou over de donkere morgen had of over iets anders. Alle volwassen muizen pinkten een traantje weg.

Mijn moeder omhelsde buurvrouw en fluisterde in haar oor- maar we hoorden het toch- : “Gefeliciteerd Cato! Wat zal jouw kind prachtig opgroeien op deze gezegende plek. Dat hij met muizen en mensen God mag leren kennen!” Voor één keer maakte buurvrouw geen snibbige opmerking, maar nam ze de mooie woorden van moeder over haar zoontje aan. “Daar zal ik aan denken als het moeilijk gaat, Mia!” zei buurvrouw terug. Ze bewaarde de woorden in haar hart.

En we zouden allemaal in tranen uitbarsten omdat we zo goed opeens begrepen hoe bijzonder die kerk van ons is. Juist met de Kerst en met al die muizen en mensen die zoeken naar liefde, geloof in Christus en geborgenheid in God. Vanuit die vrede wees Geert met zijn ski naar links. ‘Daar komt iemand aan!’ zei hij. We dachten eerst dat het een mens was, dus we zouden ons al met kinderwagen en al uit de voeten maken. Maar het was een muis, een vreemde muis, die er aan kwam lopen. ‘Oh ja,’ zei buurvrouw, “dat vergeet ik helemaal. Mag ik jullie voorstellen aan Madame Souris? Ze komt uit Parijs en ze is het kindermeisje en later de gouvernante van mijn kleine. Het is nooit weg als hij wat Frans leert. Een wijs mens zei eens dat wie Frans spreekt een streepje voor heeft. En dat komt een muis goed van pas. Jullie zullen haar vast aardig vinden.’ Zo wonen er nu twee muizen meer in de Nicolaaskerk. Madame Souris. En ons nieuwe familielid.

muis7b

Oom Alfons speelde nog twee keer ‘kiekeboe’ met de nieuwe baby en keek toen buurvrouw aan. ‘Cato,’ vroeg hij, ‘hoe gaat je prachtige zoontje heten?’ We knikten vol verwachting naar de buurvrouw. Buurvrouw glimlachte en zei: ‘Dat weet ik nu nog niet. Na de Kerst zal dat bekend worden. Hoe zouden de mensen hem noemen?”