December 2017.  Een kleine 70 mensen hebben het koude en natte weer doorstaan om naar de Nicolaaskerk te komen. Rooms-Katholieken, protestanten en oud katholieken zijn aanwezig.
De avond wordt geleid door Matthé Bruijns, pastor van de St. Petruskerk en Neeltje Reijnders, predikante van de Protestantse Nicolaaskerk.
De aanleiding tot deze avond is dat de beide voorgangers een keer een gezamenlijke uitvaartdienst gingen leiden. Opvallend was toen dat dominee Reijnders in haar burgerkleding voorging en pastor Bruijns in een kovel en begeleid werd door twee rijzige heren die een kaars dragen, dit zijn de acolieten.
Ze raken aan de praat en vragen zich af wat nu precies de verschillen zijn tussen de rooms katholieken en protestanten en zijn er ook gemeenschappelijke zaken.
Ze besluiten om, mede in het kader van dit Luther jaar, hier een avond over te organiseren.
Als start van de avond worden twee filmpjes vertoond die in het kort informatie geven over het katholicisme en protestantisme.
Na de filmpjes merkt dominee Reijnders op, dat als je al jaren lang samen werkt, je vergeet dat er verschillen zijn. Als eerste willen zij het hebben over de voorganger.
 
Hiervoor is het belangrijk om ons een beetje te verdiepen in de geschiedenis.
Bij het begin van de eerste christelijke gemeenten is het hoofd van die gemeente de bisschop. De gemeenschappen beginnen te groeien, worden steeds groter en worden verdeeld in parochies. Deze parochies worden geleid door priesters die handelen namens de bisschop. Voor grote aan- en verkopen, veranderingen e.d. moet toestemming gevraagd worden aan de bisschop.
De pastoor benoemde het hoofd van de katholieke lagere school. Het was belangrijk dat dit hoofd van de school verstand had van muziek want hij moet ook het kerkkoor leiden, dus een goede musicus was belangrijker dan een goede didacticus.
Voor de kinderrijke katholieke gezinnen was het seminarie een mogelijkheid voor een zoon om te gaan studeren. Het groot seminarium zoals in Warmond, was speciaal voor de rijkere zonen die priester wilden worden. Had je het niet zo breed dan kon je bij een congregatie studeren voor pater.
De eerste wijding is tot diaken, daarna kan men gewijd worden tot priester men moet dan wel een celibatair leven leiden. De derde wijding is tot bisschop.
Een priester kan op diverse plekken werkzaam zijn: in de parochie als kapelaan, in het ziekenhuis als  rector en in het leger is als aalmoezenier. Een pastoor is het hoofd van een parochie met één of meerdere kapelaans. In de jaren ‘60 komt de aanspreektitel pastor (herder) voor alle pastorale functies.
 
pxOok voor de organisatie van de protestantse kerk een uitstapje naar de geschiedenis.
Het jaar 1517 is een belangrijk jaar. Het is een tijd van wetenschap. De mensen willen teksten kennen, zelf de Bijbel kunnen lezen. Het is ook het begin van het humanisme. Het  is ook de tijd van de boekdrukkunst.
Luther plaatst zijn 95 stellingen op de slotkapel te Wittenberg, waarin hij zich met name verzet tegen de macht van Rome. Vooral de aflaten zijn hem een doorn in het oog.
 
De voorganger en organisatie kerk
De taken van de predikant zijn herder en leraar.
De taken van de pastoor zijn leiding van de parochie, voorgaan in de vieringen en pastorale taken.
 
De RK kerk heeft een hiërarchische organisatiemodel gestoeld op de Romeinse samenleving.
Als reactie op de Reformatie wordt er een grote kerkvergadering,het concilie van Trente 1545-1563 gehouden. Hier wordt de ‘tegenaanval’ ingezet door misstanden uit te bannen en de geloofsleer en praktijk vast te leggen. Het Latijn is de voertaal in de kerk en er is één tafelgebed. Gevraagd wordt waarom gekozen wordt voor het Latijn?  Het is een symbool van eenheid en Latijn was de wereldtaal en de taal van de wetenschap. Gelovigen werden niet geacht de bijbel te lezen. Als je de bijbel kunt lezen dan kun je bemerken dat de kerk niet altijd correct was in de verkondiging. De leden van de kerk konden door middel van fresco kunst het Oude Testament en Nieuwe Testament  ‘lezen’. Een andere vraag is waarom men bij binnenkomst van de kerk een kruis slaat? Dit is het symbool dat Jezus Christus er is en ook een herinnering aan je doopsel.
Na de opleiding krijg je je eerste plaats als kapelaan, daarna kun je tot pastoor geplaatst worden in een gemeente. Hierop heb je zelf geen invloed, dit wordt door de bisschop bepaald. Vaak kreeg je pas rond je 50e je pastoorsbenoeming. In de jaren 60 komt de studiebeurs, voor een studie ben je niet meer afhankelijk van de kerk.
Ook de celibataire verplichting weerhoudt mannen om de opleiding op het seminarium te volgen. Er dreigt een tekort aan pastores te komen.
Het 2e Vaticaans concilie was onder andere gericht op het ‘bij de tijd’ (moderniseren) van de kerk. Er komt een nieuwe pastorale functie, die van pastoraal werker. Deze hebben meestal een theologische studie gevold.
Deze functionarissen in de RK kerk zijn niet gewijd en mogen geen sacramenten bedienen zoals de eucharistie.
 
Na een theologische studie solliciteert een predikant op een vacature. Advertenties staan in vakbladen maar ook in Trouw. De advertentie van Krommenie sprong er voor dominee Reijnders uit. Een gemeente die een vacature heeft formeert een beroepingscommissie die representatief is voor de kerkelijke gemeente. Eerst is er een gesprek tussen de beroepingscommissie en de sollicitant, daarna gaat de beroepingscommissie een dienst van de sollicitant bijwonen. Zij rapporteren terug naar de kerkenraad die uiteindelijk de predikant beroept. De bevestiging tot het predikantschap wordt gedaan door een medepredikant (vriend (in), predikant buurgemeente).
Bij de protestanten is de kerkenraad, die gekozen wordt uit gemeenteleden, samen met de predikant verantwoordelijk voor het beleid. De predikant is formeel niet in dienst van de plaatselijke kerk, maar in die van de landelijke kerk. Alles wat de kerk betreft,  gaat ‘ter vergadering’. Naast de kerkenraad is er nog een regionale raad, die is samengesteld uit de kerkenraden in die regio. Tot slot is er de synode die is samengesteld uit predikanten en kerkleden. 
Als een predikant nog niet bevestigd is, dan mag hij/zij de zegen niet geven.
 
Ook  aanwezig in de kerk is pastoor Martina Liebner van de Oud Katholieke kerk. Zij vertelt dat de organisatie van de kerk geïnspireerd is op de oorspronkelijke kerk. In de kerk zijn er bisschoppen, priesters en diakenen. De bisschop wordt door de priesters gekozen; door te bidden en te vertrouwen op de Heilige Geest. De bisschoppen en priesters leven niet celibatair.
Rond 1723 is de vraagstelling wie de bisschop benoemt. Er is sprake van een toenemende Romeinse centralisering. De Oud Katholieke kerk kiest ervoor dat de plaatselijke kerk kiest en Rome toestemming moet geven.
 
Het Heilig avondmaal/de eucharistie
Het Heilig Avondmaal wordt nu overdag gegeven. Bij de protestanten blijft het brood brood en de wijn wijn. Het brood en de wijn zijn symbolen van Jezus lijden,dood en zijn opstanding.
De predikant is de dienaar des Woords en spreekt het tafelgebed uit, de predikant citeert dan wat Jezus zei tijdens het laatste avondmaal met zijn discipelen.
De inzettingswoorden “dit is het brood, dit is mijn lichaam en dit is de wijn, dit is mijn bloed” hebben een eigen plaats na het tafelgebed omdat het misverstand niet mag ontstaan dat de predikant plaatsvervanger op dat moment is van Christus.
De protestanten vieren 6-8 keer per jaar het Heilig Avondmaal.
Bij de protestanten is er sprake geweest en nog steeds van de zgn. Avondmaalsmijding, de mens vroeg zich af of hij wel goed genoeg is om aan het avondmaal deel te nemen. Dit komt mede voort uit de één van de brieven van Paulus waarin hij waarschuwt dat mensen zicht geen oordeel moeten eten. Dat is opgevat in de loop van de tijd dat het Avondmaal zich tegen je zou kunnen keren, terwijl Paulus er waarschijnlijk mee heeft bedoeld dat de armen en de rijken verenigd aan de Avondmaalstafel elkaar het goede moeten gunnen. Het was niet de bedoeling dat de rijken de armen de restjes gunden en de laagste plaats aan tafel.
2stuks
De eucharistie (het Grieks voor ‘dank je wel’)  is het hoogtepunt van het kerkelijk geloofsleven en wordt iedere zondag gehouden.
Het brood en de wijn verandert in het eucharistie gebed en de instellingswoorden uitgesproken door de priester (consecratie) in de het Lichaam en de wijn in het Bloed van Christus.
Brood en wijn veranderen niet zichtbaar, maar ‘wezenlijk’. Met een moeilijk woord transsubstantie.
 
Centraal hierbij staan de instellingswoorden “want dit is mijn lichaam en dit is mijn bloed”.
De eucharistie is niet alleen een maaltijd, maar ook dankzegging, aanroeping van de Heilige Geest, offer en herdenken van lijden, sterven en opstaan van Christus.
Wat over is van de geconsecreerde wijn en brood wordt bewaard in de tabernakel, die staat in de Petruskerk op het vroegere altaar, in het oosten van de kerk.
Vroeger stond de priester met de rug naar de gemeenteleden, de priester bemiddelt dan als het ware namens de kerkgemeenschap en God. Na het 2e Vaticaans Concilie staat de priester met het gezicht naar de gemeente.
 
Na de pauze is er een kort filmpje wat er in een eucharistieviering soms ook Mis genaamd plaats vindt.
 
Verschil is ook dat de protestanten willen weten hoe iets zit en de rooms katholieken meer geloven vanuit het gevoel.
De opdracht van Christus is: “breek het brood en deel het”. 
Hoe is Christus bij ons:
• in de gemeenschap
• in de priester die voorgaat
• lezen van de Heilige Schrift, Hij openbaart zich daarin
• in het brood dat Hij breekt, geeft Hij  zichzelf als voedsel. In de eucharistie kun je Christus ontvangen. De eucharistie is een dankoffer aan de Vader, een dankzegging.
 
Na de doop is er de 1e communie, deze is rond 7 jaar, de 2e bevestiging van je doop gebeurt in het sacrament van het Vormsel en is rond je 12e jaar. Je spreekt je dan uit dat je wilt horen bij Zijn mensen, dat je bij Christus wilt horen.
De bisschop  heeft  toestemming gegeven dat pastoraal werkers de Woord en communievieringen mogen houden waarbij de in een eucharistieviering geconsacreerde en in de tabernakel bewaarde hosties worden uitgereikt aan de gelovigen. Christus blijft naar katholieke opvattingen immers in de eucharistische gave aanwezig.
 
De Bijbel
Bij de protestanten neemt de Bijbel een centrale plaats in. Van jongs af aan worden/werden kinderen uit de kinderbijbel voorgelezen.
De uitleg van de Bijbel door de predikant moet authentiek zijn. De protestanten gaan uit van de gedachte dat ieder iets vindt in de Bijbel.
De predikant neemt bij pastorale bezoeken altijd de Bijbel mee.
 
De Bijbel van de rooms katholieken is aangevuld met de Wijsheid van Jezus Sirach en Tobias, de zogenaamde wijsheid literatuur.
kruisVroeger voor het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) waren er in de RK kerk  52 lezingen die elk jaar terugkwamen. Sindsdien is er een driejarig leesrooster waarbij uit Matteüs, Marcus (dit jaar) en Lucas gelezen wordt. Johannes wordt gelezen in alle drie jaren rond Pasen. Uit het Oude Testament wordt gelezen in relatie tot het evangelie. En niet structureel doorlopend voorgelezen. De 2e lezing is vaak uit de brieven van Paulus, Petrus en Jacobus. Deze laatste onderstreept het belang van geloof en daad. Je moet kunnen ervaren dat iemand een gelovig mens is en het helpt hem om naar de hemel te gaan.
Van belang is dat je niet alleen deze brieven moet lezen, maar er ook naar handelen.
De Bijbel begint bij de rooms katholieken een steeds belangrijkere plaats in te nemen.
 
Gevraagd wordt wanneer de Paaskaars uitgaat? Bij de protestanten, die dit goede gebruik van de rooms katholieken hebben overgenomen wordt de Paaskaars op stille zaterdag aangestoken, en na de dienst gaat de kaars uit. Verder is de  Paaskaars iedere zondag als er een viering in de kerk is aan.
De Paaskaars wordt bij de Katholieken aangestoken in de Paasnacht, soms is deze tot Hemelvaart aan en soms tot Pinksteren.
Als de Paaskaars  niet meer in de zondagse liturgie gebruikt wordt uitgaat wordt, gaat deze uit en  geplaatst bij het doopvont of bij het gedachtenisbord van de overledenen.
Bij doop, avondwake en uitvaart is de Paaskaars altijd aan.
Bij de Oud Katholieken is de Paaskaars ook niet altijd aan, wel met Pasen en bij dopen.
 
Bidden voor overledenen?
Na overlijden is de overledene bij God, je hoeft niet meer voor hem te bidden, wel voor de nabestaanden, vinden protestanten.  In de Nicolaaskerk is er 1x per jaar een dienst met verstandelijke gehandicapten, als dan van een gehandicapte iemand overleden is dan wordt daar wel voor gebeden. Dit wordt meestal door de gehandicapte gevraagd.
 
De kerk is een gemeenschap van levenden en doden.
 
Hoe zit het precies met de misintenties? 
protDit is het noemen van de naam in de voorbede van een viering na je overlijden. Van oudsher wordt er wel voor deze misintentie betaald. Vroeger voor de priester die de mis las, nu voor de kerkgemeenschap.
 
De avond wordt besloten, ondanks dat er nog veel te vertellen is en veel vragen te beantwoorden zijn. Uit reacties achteraf blijkt dat er interesse is voor een vervolg avond.
 
Els van der Pompe
PKN Nicolaaskerk.