kerkelijkjaar

Om de verschillende perioden in het kerkelijk jaar aan te geven wordt gebruik gemaakt van kleuren.  De antependia, die over de avondmaals- of liturgietafel en over de lezenaar van de kansel hangen geven de periode weer. Er worden in het kerkelijk jaar vier kleuren gebruikt: paars, wit, groen en rood.

 

 

Periode

Kleur

Toelichting

Advent

 

Paars. Soberheid, inkeer, verootmoediging   en wanhoop. De kleur is een teken van rouw en boete. Eerst werd paars alleen   gebruikt in de veertigdagentijd later ook in de Adventstijd. 

 Kerst tot en   met de zondag na Epifanie (Driekoningen; 6 jan)

 

 Wit.   Nieuw leven, feest, zuiverheid. Gebruikt op de feesten die te maken hebben   met nieuwheid en verlossing. Kerst en Pasen.

 2e Zondag na   Driekoningen tot de veertigdagentijd

 

 Groen   is de kleur van de hoop ; de groei van het leven dat God schenkt

 De zes   zondagen voor Pasen (vanaf Aswoensdag)

 

 Paars.   Soberheid, inkeer, verootmoediging en wanhoop.
   De kleur is een teken van rouw en boete.

 Witte Donderdag

 

 Wit

 Goede vrijdag

 

 Zwart   of geen antependium

 Paasnacht   Stille Zaterdagavond

 

 Wit is   de kleur van nieuw leven, Opstanding en van het feest

 Pasen

 

 Wit

 Van Pasen tot   Pinksteren

 

 Wit

 Pinksteren

 

 Rood   hoort bij het vuur van de geest. Het is de kleur van Pinksteren en sommige   heilige feesten.

 Vanaf de 1e   zondag na Pinksteren tot laatste zondag v. h. kerkelijk jaar

 

Groen

 Laatste zondag   v.h. kerkelijk jaar

 

 Wit